Wie in de jaren 80 en 90 zijn of haar jeugdjaren beleefde, kent het fenomeen mixbandjes vast nog wel. Uren bij je radio zitten om dat ene nummer aan je bandje toe te kunnen voegen. En dan kletste de DJ natuurlijk precies door het intro heen! Of met je vrienden nummers uitwisselen van hun bandjes om zo het perfecte bandje samen te stellen. Heel veel werk, maar als het bandje dan af was kon je hem heerlijk grijs draaien in je walkman. Jeugdsentiment!!
En precies over dit jeugdsentiment hebben Dan Hughes en Mike DiLisio nu een spel gemaakt. Dan kunnen we kennen van CoraQuest, Mike is pas dit jaar begonnen met spellen maken, maar kun je kennen van The Dice Tower. Mike is zelf een fervent solospeler en heeft voor The Dice Tower al menig review van solovarianten gemaakt. Voor I Made You A MixTape heeft hij dan ook de solorivaal gemaakt, dus dit trok direct mijn aandacht. Tijd om de 90’s weer in te duiken en de beste nummers bij elkaar te zoeken!

Pak je tape recorder er maar bij
Het doosje is heel duidelijk een ouderwetse cassetterecorder die zelfs qua grootte klopt. Verder vinden we in de doos voor iedereen kaartjes die je equalizer voorstellen en tevens functioneren als scorespoor en overzicht van de eindpuntentelling. Verder vind je een enorme stapel kaartjes met daarop cassettebandjes afgebeeld. Hierop vind je iconische nummers uit de jaren 90 in zes verschillende genres: pop, rock, alternative, R&B, rap en punk. Grafisch zit het allemaal ontzettend leuk in elkaar en is het hele doosje een trip down memory lane.

Vind je balans, flow en diversiteit
Ik begin met de multiplayer om de essentie van het spel uit te leggen. Het spel bevat kaarten voor 2, 3 of 4 spelers dus voor de twee-speler-variant haal je de kaartjes voor 3 en 4 spelers uit het spel. De overgebleven kaarten schud je en deze vormen het track deck, oftewel de trekstapel.
I Made You A MixTape gebruikt het ik-verdeel-jij-kiest-principe. Iedere beurt trekt iedereen tegelijk drie kaartjes en maakt daarvan twee stapeltjes van één en twee kaartjes. Deze geef je aan je tegenstander links van je die vervolgens één stapeltje kiest, terwijl jij hetzelfde doet. Daarna krijg je de restanten van de speler rechts van je en hou je dus een hand van 2 tot 4 kaarten over. Deze kaarten leg je aan je equalizer track aan, de A-kant links en de B-kant rechts. De volgorde bepaal je zelf, maar voor de puntentelling zijn een aantal dingen belangrijk.
Bij het plaatsen van je kaartjes kijk je naar de getallen in de bovenhoek van de cassette. Je schuift je equalizer-blokje een overeenkomstig aantal vakjes naar links of naar rechts, afhankelijk of het de A- of B-kant is waar je het kaartje hebt aangelegd. Bij het plaatsen moet je voor ieder kaartje direct het blokje verschuiven. Moet je daarmee het blokje van je spoor afschuiven dan mag je de kaart niet plaatsen en gaat deze terug in de doos. Je moet dus goed bekijken welk kaartje je eerst plaatst om dit probleem zoveel mogelijk te voorkomen. Voor het hoogste aantal punten wil je de equalizer zoveel mogelijk in het midden houden.

Over de kaartjes lopen linten van cassettebandjes die je aan wilt laten sluiten, want deze vertegenwoordigen de flow van je bandje. Des te langer je aaneengesloten lint, des te soepeler lopen de nummers in elkaar over. Het aansluiten gebeurt niet onderaan de kaart, maar halverwege bij een streepje, dus het vergt goed kijken om te zien waar je een kaart het beste kunt plaatsen. Gelukkig zitten er ook wildcards in het spel die altijd op ieder kaartje aansluiten. Deze kan je dus gebruiken om je flow te redden, mits je ze in je hand hebt natuurlijk.
Als laatste wil je een bandje samenstellen met verschillende genres, maar ook weer niet teveel. De sets leveren namelijk meer punten op naarmate je meer nummers van hetzelfde genre op je bandje hebt staan. We hadden tenslotte allemaal wel een favoriet genre waar we graag onze bandjes mee volgooiden, toch?

Wie heeft de beste mix?
Als alle kaartjes op zijn, telt iedereen de punten. Hiervoor kijk je naar waar op de equalizer track je blokje ligt, je flow, en hoeveel nummers van hetzelfde genre je op je bandje hebt gezet. Voor je flow geldt dat kaartjes met één aansluitend lint 1 punt scoren en kaartjes die aan beide kanten aansluiten 3 punten scoren. Voor de genres staat er een scoretabel op je equalizer-kaartjes en kijk je voor ieder genre hoeveel punten je ermee scoort. Degene met de hoogste score is de meester in het maken van mixtapes.

Neem het op tegen Otto Mah
Zoals gezegd heeft Mike DiLisio zelf een solovariant voor dit spel ontwikkeld, waarbij je het opneemt tegen Otto Mah. Hiervoor zit er een kaartje voor Otto in de doos met daarop zijn afbeelding en zijn voorkeuren. Hierop zie je gelijk dat het geen gezellige jongen is en hij wordt door Mike ook neergezet als de meest irritante jongen uit de buurt. Tijd om hem een lesje te leren dus!
Let op: op Youtube heeft Mike een uitlegvideo gemaakt die dateert van vóór de definitieve spelregels. Hierin legt hij de beurt van Otto anders uit dan wat er in de spelregels staat. Mike heeft inmiddels zelf op Boardgamegeek aangegeven dat de spelregels leidend zijn en het filmpje dus onjuist!
Je zet het spel op voor twee spelers, met het verschil dat je de kaartjes voor 3 en 4 spelers niet terug in de doos legt maar bij Otto neerlegt in een geschudde stapel. Otto’s kaartje heeft twee zijdes waarmee je kunt zien wie de actieve speler is, een kant voor Otto en een kant voor jou. Je begint met jouw kant en dus als actieve speler.
Het trek->verdeel->kies-principe wordt ook in de solovariant toegepast maar werkt iets anders dan bij meerdere spelers. Nu trek je drie kaarten en leg je er twee open en eentje gesloten neer. Je kiest zoals gebruikelijk één of twee kaarten, maar als je twee kaarten kiest moet je verplicht de gesloten kaart pakken. Als je één kaart pakt mag je uit alle drie de kaarten kiezen. De overige kaarten geef je aan Otto en leg je direct bij hem aan. Otto zorgt altijd dat er zoveel mogelijk flow in de nummers zit en geeft daaraan bij het plaatsen prioriteit. Jij plaatst jouw kaartjes zoals gewoonlijk.
Vervolgens draai je Otto’s kaartje om naar zijn actieve kant. Als Otto aan de beurt is trekt hij drie open kaarten en pakt één of twee kaartjes. Daarvoor begint hij bij de balans en kiest één of twee kaartjes waarmee hij zoveel mogelijk in het midden van het spoor uitkomt. Komt hier geen duidelijke keuze uit dan kijkt hij naar het genre. Hierbij pakt hij de kaartjes van het genre waarvan hij de grootste set heeft. Komt hier nog steeds geen duidelijke keuze uit dan is de flow de bepalende factor.
Mocht Otto door deze keuzes maar één kaart kunnen kiezen dan trekt hij de bovenste kaart van het extra deck met de kaarten voor 3 en 4 spelers. Hij legt in zijn beurt dus altijd twee kaarten aan.

Conclusie
Zodra de trekstapel leeg is eindigt het spel en vergelijk je jouw punten met Otto. In mijn eerste potjes won ik redelijk makkelijk van hem, maar als hij mazzel heeft bij het trekken van veel kaartjes in hetzelfde genre dan maakt hij het je snel moeilijk. Er komt daardoor wel wat geluk bij kijken en wat minder tactiek. Je bent tenslotte afhankelijk van wat er aan nummers getrokken worden. Ik heb ook potjes gespeeld waarbij Otto steeds perfecte kaartjes kon kiezen en ik met de meest dramatische opties overbleef, waardoor ik zowel op balans als op flow heel slecht scoorde. Gelukkig heb je dan altijd nog de genres om mee te spelen en ervoor te zorgen dat je toch een aardige score neerzet. Een potje duurt gemiddeld 20 minuten en zet je hersens genoeg aan het denken om een leuke filler te zijn.
Review door Marloes Hofstede © voor De Solospelers ©
Pro
+ Mooi artwork en goed uitgewerkt thema
+ Makkelijk in opzet en regels
+ Snel tussendoortje met genoeg uitdaging
Con
- Geluk speelt een grote factor
- Het is soms even zoeken naar de beste kaart voor Otto
- De kaartjes schuiven makkelijk en dat is lastig voor het bepalen van je flow
Referentiepunten
Thema 5/5
Art/Componenten 7/10
Spelregels 5/5
Setup/Speeltijd 5/5
Geluk vs strategie 3/5
Win-/verliesconditie 4/5
Herspeelbaarheid 5/5
Speelplezier 9/10
Algemene score: 8,7/10
